Eén Patiënt, één Budget: Zo Moet De Hele Zorg Ingericht Worden
  • 29-12-2016
  • Interview met Gerda Duursma

Eén patiënt, één budget: zo moet de hele zorg ingericht worden

Ledenraadslid en kinderarts Gerda Duursma-Meppelink merkt regelmatig dat professionals die zich met patiënten bezighouden, slecht met elkaar praten. Ze pleit daarom in de Ledenraad van Vereniging Achmea voor betere communicatie. Dat scheelt rompslomp, geld en – het belangrijkste - mensenlevens. Gerda: “Als kinderarts maak ik wel mee dat collega’s en andere zorgprofessionals elkaar niet goed begrijpen als ze het over een patiënt hebben. Dat kan fatale gevolgen hebben. Met kinderartsen, gynaecologen en verloskundigen bespreken we in regionaal verband jaarlijks cases van doodgeborenen, dit is landelijk afgesproken. Dan constateren we vaak dat het is misgegaan in de communicatie. Iets is verkeerd begrepen, genoemd, gezegd. Soms speelt ontzag voor de specialist een rol, soms denkt men te veel in vaste procedures. In de werkgroep gezondheid van de Ledenraad bespreken we regelmatig hoe we betere communicatie voor elkaar kunnen krijgen. Zelf ben ik een groot voorstander van de oplossing die voor de geboortezorg is gekozen: patiëntgericht werken in plaats van behandelingsgericht. Die ‘integrale geboortezorg’ wordt geleverd door verloskundige, huisarts, gynaecoloog en kinderarts samen, in goed overleg. Minister Schippers heeft daartoe het plan geschreven, dat – heel bijzonder – is omarmd door alle betrokken sectoren in de zorg en door het Verbond van Verzekeraars. Want ook die spelen bij die integrale zorg een rol, voor het controleren en afhandelen van de patiëntgebonden zorgkosten. De stok achter de deur van de minister is het beschikbare geld: er is één bedrag per patiënt per aandoening beschikbaar. De zorgverleners dienen dat onderling te verdelen, op basis van hun relatieve bijdrage aan de behandeling. Het is dus niet meer zo dat alle partijen hun behandelingen afzonderlijk bij de verzekeraar declareren. De verwachting is dat dit administratieve rompslomp en al te hoge facturaties voorkomt. En dát is natuurlijk op termijn goed voor de verzekeringspremie. Maar het belangrijkst vinden we binnen de Ledenraad dat de patiënt centraal staat. De nieuwe financiering dwingt als het ware betere communicatie af. Dat zorgt voor menselijkere zorg en minder fouten. Ik pleit er daarom voor om deze constructie, zoals recentelijk geïmplementeerd in de geboortezorg, in de hele gezondheidszorg door te trekken!”

Lees verder
Alleen Een Wijkgerichte Aanpak Kan Het Probleem Van Overgewicht Bij Kinderen Oplossen
  • 29-12-2016
  • Interview met Hans van Goudoever

Alleen een wijkgerichte aanpak kan het probleem van overgewicht bij kinderen oplossen

Ledenraadslid van Vereniging Achmea Hans van Goudoever ziet als kinderarts bij zowel het VUMC als het AMC te veel te dikke kinderen. Gedragsverandering is volgens hem nodig én een wijkgerichte aanpak. Hans: “In de Ledenraad is het mijn missie om preventie in de gezondheidszorg meer nadruk te laten krijgen. Verzekeraars betalen altijd achteraf, als zaken al zijn misgegaan. Ik denk dat door goede voorlichting en preventiemaatregelen veel gezondheidsproblemen kunnen worden voorkomen. Ik heb in mijn artsencarrière kinderen steeds zwaarder en dikker zien worden. Zo’n 12 procent van de Nederlandse kinderen heeft overgewicht. Dat komt voor een groot deel door de beschikbaarheid van eiwit- en energierijk eten en door een gebrek aan beweging. Alleen langdurige, intensieve samenwerking tussen de voedingsmiddelenindustrie, gemeenten, scholen, universiteiten, artsen en verzekeraars helpt om dat probleem bij de wortel aan te pakken. Zulke samenwerking is vorig jaar begonnen in Amsterdam: Achmea en de gemeente tekenden samen met meer dan twintig partijen uit de zorg- en welzijnsketen – GGD, kennisinstellingen, voedselproducenten – het Pact Gezond Gewicht. We spreken burgers aan op hun individuele voedingsgedrag, wijk voor wijk. Waarom deze wijkgerichte aanpak? Eens per 10 à 15 jaar wordt de ‘Landelijke Groeistudie’ uitgevoerd, de vijfde studie* werd in 2010 gepubliceerd. In achterstandswijken blijkt het probleem indrukwekkend groter, culturele verschillen spelen hierbij een rol. Dat zit hem enerzijds in de opvoeding: geef je je kind iets gezonds mee naar school? Maar er zijn ook genetische oorzaken, die samenhangen met afkomst. Het blijft natuurlijk razend moeilijk om gedrag te veranderen. Er is altijd wel een reden om achter een schermpje te duiken en niet het sportveld op te gaan, om toch die zak chips weer open te trekken. Dus moeten ouders, scholen, overheden en verzekeraars op buurtniveau samenwerken om vaste patronen te doorbreken, ook al zijn die door cultuur bepaald. Het kan wel werken: het uitdelen van flesjes water in plaats van limonade op een Amsterdamse school leidde onlangs binnen no-time tot gemiddeld anderhalve kilo gewichtsverlies bij de leerlingen die aan de test meededen. Verzekeraars pakken hun rol nog maar mondjesmaat. Nu is het vooral Zilveren Kruis dat zich op het gebied van preventie onderscheidt. Verzekeraars zouden moeten zeggen: dit is een kwestie van nationaal belang, laten we dit samen aanpakken. Kwetsbare doelgroepen moeten zij daarbij extra in het vizier krijgen. Als we obesitas kunnen voorkomen, zullen de zorgkosten minstens een kwart omlaaggaan, ik zou niet gek staan kijken als het…

Lees verder