Ouderen Moeten Plek In Maatschappij Houden
  • 01-11-2017
  • Interview met Frieda Dooper

Ouderen moeten plek in maatschappij houden

“Van oorsprong ben ik wijkverpleegkundige. Ik wilde voor mensen zorgen. Maar ik ben eigenlijk steeds meer gegaan naar zorgen dat in plaats van zorgen voor. Bij zorgen voor neem je taken van mensen over. Zorgen dat is mensen in hun kracht zetten, zodat ze zelfstandig verder kunnen. Dat heb ik altijd belangrijk gevonden. Ook privé zit ik ‘in de zorg’. Samen met mijn gezin zorg ik voor mijn ouders. We regelen de administratie, wijzen ze de weg in zorgland en helpen bij hulpaanvragen. Verder doen mijn man, kinderen en ik praktische dingen, zoals de tuin en de boodschappen. Het is veel wat je naast de professionele zorgverlening moet doen. Ik heb dan ook kritische kanttekeningen bij de participatiemaatschappij. We willen mensen zo veel mogelijk in hun eigen omgeving opvangen, maar het moet wel haalbaar zijn, ook voor de familie. Anders moet het zo zijn dat ouderen ergens anders heen kunnen, bijvoorbeeld naar een verzorgingscentrum.” Een pond welzijn “Mijn werk is een mooie ingang voor de Ledenraad. Ik heb me aangesloten bij de werkgroep ‘Prettige oude dag’. Het onderwerp waar we ons op dit moment over buigen is welzijn. Een bestuurder zei eens: Een pond welzijn scheelt een kilo zorg. Maar hoe krijgen we dat ook financieel onderbouwd? Welke initiatieven zijn er? Hoe gaan we bijvoorbeeld eenzaamheid tegen? Wat is daarbij belangrijk? Wat voor contact willen mensen? Er zijn al veel initiatieven, zoals de beeldtelefoon. Verschillende thuiszorgorganisaties zijn daarmee aan de slag. Ik ken de ervaringen en de resultaten van de onderzoeken. Die kennis breng ik in in de thema-werkgroep. Ik was eerder al lid van de verzekerdenraad van zorgverzekeraar De Friesland, omdat ik het belang van De Friesland wilde vertegenwoordigen bij Achmea. Ik heb nog steeds de indruk dat men denkt dat alle ontwikkelingen in het westen gebeuren, maar er gebeurt ook heel veel in andere gebieden. Friezen zijn bescheiden, maar dat is niet altijd wenselijk. Daarom wil ik mijn stem laten horen.” Waardevolle kennis “De invloed die ik wil hebben? Ik heb toegevoegde waarde in de werkgroep door mijn visie op de zorg en mijn kennis van zaken. Mijn persoonlijke drijfveer is om de zorg voor ouderen goed te regelen. Ik vind het nu een doolhof. Ik zie daar voor Achmea een dienstverlenende rol in. Binnen Achmea kunnen we met elkaar praktische voorbeelden uitwisselen en acties inzetten. En dan hoop ik dat het van onderop en niet te hiërarchisch…

Lees verder
Anders Nadenken Over De Oude Dag
  • 24-07-2017
  • Interview met Jeroen Bruseker

Anders nadenken over de oude dag

“Ik was eerder al lid geworden van de Klantenraad Goed Werkgeverschap”, vertelt Bruseker. “Via deze weg kan ik als werkgever laten weten wat ik aangeboden zou willen krijgen van Achmea, zoals oplossingen op het gebied van zorgplicht. Ik heb een paar sessies meegedraaid en toen kwam de vervolgvraag: Wil je ook in de Ledenraad van Vereniging Achmea komen? Ook dat wilde ik graag. Om mee te varen op wat er al is en zetten in de goede richting te geven.” Zachte en sociale aspecten “Omdat ik twaalf jaar bij Aegon Pensioenen heb gewerkt, heb ik me bij de thema-werkgroep Prettige Oude Dag aangesloten. Binnen de thema-werkgroep hebben we het over de zachtere en sociale aspecten, met name wonen en vitaal blijven. Mensen hebben tegenwoordig andere behoeften, waardoor ook het financiële pakket wijzigt. Zo is er behoefte aan nieuwe woonvormen. Verzekeraars kunnen hier een eigen plek in innemen door activiteiten te ontwikkelen op het gebied van woonvormen en zorggroepen. Dat is dan ook wat Achmea doet. ” Langzaam en snel geld “Mensen hebben pas heel laat door hoeveel ze nodig hebben op hun oude dag. Ook daar kun je als verzekeraar bij helpen. Belangrijk daarbij is het verschil tussen langzaam geld en snel geld. Langzaam geld heeft te maken met hypotheken en langetermijndoelstellingen als pensioen. Bij snel geld gaat het om boodschappen en de dingen die je dagelijks nodig hebt. Vanuit de historie proberen we dat bij elkaar te brengen in integrale overzichten. Maar ik adviseer om daar anders mee om te gaan. Fast money moet direct beschikbaar zijn, altijd aanwezig en toegankelijk. Bij slow money wil je best een paar weken moeten wachten. Slow money moet vooral goed inzichtelijk zijn en de administratie ervan onfeilbaar.” Weg met het pensioenpotje “Als je slow money breder neerzet dan heb je ruimte om bijvoorbeeld gedeeld eigenaarschap van vastgoed of andere samenlevingsvormen te faciliteren. Daar liggen kansen voor een verzekeraar. Weg van het sparen in een pensioenpotje, weg van allerlei rekentooling. Het gaat erom dat de klant een situatie bereikt bij 65 of 67 jaar waarin de inkomsten en uitgaven met elkaar in balans zijn. Met andere woorden, de oude dag kan je op heel veel verschillende manieren regelen. De verzekeraar kan de klant helpen toe te bewegen naar een situatie die voor hem of haar veilig voelt. Wat dat betreft verwacht ik gedachtesprongen van Achmea. En ik zie die sprongen ook. Als je…

Lees verder
Achmea Moet Er Wat Aan Hebben, Anders Zijn We Een Praatclubje
  • 21-04-2017
  • Interview met Manon Vanderaa

Achmea moet er wat aan hebben, anders zijn we een praatclubje

Manon Vanderkaa is directeur van de grootste seniorenorganisatie van Nederland. KBO-PCOB heeft ruim kwart miljoen leden en richt zich op drie pijlers: sociale activiteiten, individuele ondersteuning door vrijwilligers en collectieve belangenbehartiging. “We hebben al jaren een collectief contract met Achmea, 50.000 leden zijn bij Zilveren Kruis verzekerd. Het is een intensieve relatie, we weten elkaar goed te vinden. Als er wat is op het terrein van zorgverzekeringen waardoor onze leden geraakt kunnen worden, dan is de drempel laag om bij Zilveren Kruis aan te kloppen. En omgekeerd wijst Zilveren Kruis ons op zaken die van belang zijn voor senioren. Ze kennen en snappen onze achterban.” Creatiever denken “In maart 2016 ben ik gevraagd in de Ledenraad van Vereniging Achmea te komen. Dat geeft mij een veel bredere blik op het bedrijf Achmea. Ik zie dat Achmea zorgt dat ze de markt heel goed kent en probeert zoveel mogelijk meerwaarde te leveren. We moeten goed blijven letten op de positie van de themawerkgroepen van de vereniging. Zelf zit ik in de thema-werkgroep Prettige Oude Dag. Daar hebben we het gehad over de wenselijkheid om ouderen in staat te stellen een lening aan te gaan voor woningaanpassingen. Nu is het voor deze groep vaak moeilijk om een lening te krijgen van de bank, omdat het risicovol wordt gevonden om ouderen een lening te verstrekken. Aan de andere kant beschikken ze vaak over vermogen in de vorm van een huis. Je moet creatiever nadenken. Dat is wat we doen in de thema-werkgroep.” Geluid van de achterban “Een ander onderwerp van gesprek in onze groep is digitalisering. Ik snap dat Achmea daar kansen ziet om kosten te besparen. Maar we wijzen erop dat er 1,2 miljoen senioren zijn die niet op internet zitten. En dat dat probleem niet van voorbijgaande aard is. Niet iedereen die nu digitaal vaardig is, blijft dat tot op hoge leeftijd. Gezichtsvermogen of motoriek kunnen achteruit gaan. Bovendien kunnen zich ontwikkelingen voordoen, die niet iedereen zich meer kan eigen maken. Dan ontstaat toch weer een kloof. Daarom bepleiten we dat er altijd ook een andere manier van communiceren is. Ik weet dat daar veel behoefte aan is. Ik wil ook mijn achterban vertegenwoordigen en dat meld ik dus. Met andere woorden, ik laat ook het geluid van mijn achterban klinken in de thema-werkgroep. Ik vertel wat de behoeften zijn van die groep. Gelukkig sluit dat vaak aan bij wat Achmea…

Lees verder
Stop De Vergoeding Van Traditionele Verpleeghuizen
  • 29-12-2016
  • Interview met Mieke Pigeaud

Stop de vergoeding van traditionele verpleeghuizen

De afgelopen vijf jaar heeft Ledenraadslid Mieke Pigeaud haar peettante begeleid, ze had Alzheimer. “Ik heb haar naar een verpleeghuis moeten verhuizen en toen gezien hoe zo’n instelling werkt: piepkleine kamertjes, weinig personeel, slecht eten. Mensen werden aan hun lot overgelaten.” Dat kan anders, vindt Mieke. In de werkgroep ‘Prettige oude dag’ wordt nagedacht over alternatieven. Mieke: “Als trainer en adviseur voor ondernemingsraden van zorginstellingen ken ik de wereld van de gezondheidszorg redelijk. Maar mijn achtergrond ligt in de financiële sector: ik ben geen zorgexpert. De ervaringen met mijn peettante gaven mij de drive om mij in te zetten voor betere leefomstandigheden voor ouderen. Dat doe ik in de werkgroep ‘Prettige oude dag’ van Vereniging Achmea. Daar passeren innovatieve alternatieven zoals de 0-tot-100-woning. Dat is een woning vol hulpmiddelen om ook op leeftijd op dezelfde plek te kunnen blijven wonen. Het voorlichtingsplatform ‘Vitaal ouder’ geeft informatie over hulpmiddelen en contacten, en onder de vlag ‘Ontroerend goed’ worden leegstaande kantoren omgebouwd tot kleinschalige woon-zorgvoorzieningen voor en met ouderen. De werkgroep biedt een platform om zulke ideeën te toetsen aan betrokken Ledenraadsleden zoals ik. Tot mijn vreugde worden onze reacties serieus opgepakt. Zo hebben we gewezen op het belang van duurzaamheid bij de 0-tot-100-woning: zonnecellen, perfecte isolatie. Ik heb twee drijfveren voor mijn rol in de Ledenraad van Vereniging Achmea: de levenskwaliteit omhoog brengen en de zorgkosten omlaag brengen. We geven in Nederland komend jaar 75 miljard euro uit aan zorgkosten, dat vind ik te veel. Er zijn nu 1,9 miljoen 70-plussers in ons land, in 2025 zelfs meer dan 2,5 miljoen. Negentig procent van hen wil zelfstandig wonen. Daar moeten we wat mee. Het bijzondere is: je kunt de zorgkosten omlaag brengen terwijl je de menselijke maat juist versterkt. Zo scheelt het begeleiden van mensen met dementie in de thuiszorg door gespecialiseerde verpleegkundigen volgens recent onderzoek van VUmc tot 16.000 euro per patiënt per jaar. Een alternatief voor de thuissituatie is dagopvang voor dementerenden in de eigen wijk: uit promotieonderzoek van Marijke van Haeften-van Dijk blijkt dat zulke behandelingen grote verbeteringen opleveren in gedrag en stemming. En voor mensen die niet meer thuis kunnen wonen, moeten we kleinschalige warme woonzorgcombinaties realiseren, in de buurt van mensen. In steden gebeurt dat al mondjesmaat en er liggen ook mogelijkheden in landelijke gebieden bij groeikernen. Zulke wooneenheden kennen geen enorme overhead. Overhead die momenteel wel naar verpleeghuizen weglekt. Dat betekent dus dat er snel afscheid…

Lees verder