Waarom coöperaties helemaal van nu zijn

Hoe kan je het coöperatieve gedachtegoed eigentijds maken? Dat is een vraag die Ledenraadslid Ton Duffhues bezighoudt. “Dit thema heeft mij gemotiveerd om lid van de Ledenraad te worden. Het is zeer de moeite waard om op een eigentijdse manier na te denken over coöperaties.”

“Ik heb me als antropoloog altijd bezig gehouden met boeren en samenwerkingsverbanden”, vertelt Ton Duffhues. “Voor mijn boek over een landbouworganisatie ben ik letterlijk de boer opgegaan en heb gesproken met families die al generaties lang lid zijn. Hoe zorgen die organisaties en coöperaties ervoor dat hun leden aangehaakt blijven? Dat boeit me enorm.”

De kern van coöperaties is dat mensen met elkaar een bepaald ideaal hebben en samen ondernemen. Als coöperaties langer bestaan, is de vraag: leeft het oorspronkelijke ideaal nog? “Het natuurlijk verloop van een organisatie gaat vaak van idealisme naar pragmatisme, met als groot risico dat de organisatie een doel op zichzelf wordt. Juist dan is het van belang je te realiseren waarom de organisatie is opgericht. Elke volgende generatie staat voor de uitdaging om dat op een eigentijdse manier te formuleren en praktisch vorm te geven.”

Coöperaties zijn weerbaarder

“Van Radbouduniversiteit Nijmegen ging ik naar landbouworganisatie ZLTO, waar ik me bezig ben gaan houden met de relatie tussen landbouw en samenleving. Een ding was voor mij belangrijk, namelijk dat de boeren en boerinnen zelf hun verhaal vertellen aan de buitenwereld. Dat betekende waardenoriëntatie bij boeren en boerinnen op gang brengen aan de hand van vragen als: wat is mijn drijfveer, wat wil ik betekenen voor mijn gezin, omgeving en samenleving, waar ben ik trots op? Van daaruit is ‘Atelier Waarden van het Land’ ontstaan, een stichting die leergangen, trainingen en coaching organiseert voor boeren, bestuurders en professionals die in hun werk met landbouw, voedsel en natuur of leefomgeving te maken hebben.

Achmea is een van de partners van Waarden van het Land. Contacten lagen er dus al. Ik werd Ledenraadslid omdat het coöperatieve gedachtegoed mij aansprak. In de jaren negentig werd de coöperatie getypeerd als gedateerd en suf. Maar tijdens de recente crisis bleek dat weerbaarheid juist het grootst is bij coöperatieve ondernemingen. Ze leden minder schade dan beursgenoteerde bedrijven. Coöperaties hebben kennelijk iets dat sterker is dan beursgenoteerde bedrijven.”

Gedachtegoed eigentijds maken

“Coöperaties staan gelukkig weer volop in de belangstelling. Ze vormen de uitdrukking van een beweging aan de basis: mensen die zelf collectieven starten op het gebied van energie, zorg en voedsel, maar ook in dienstverlening en inkoop. Deze maatschappelijke beweging maakt het eigentijds maken van het coöperatieve gedachtegoed ook voor oudere, gevestigde coöperaties erg belangrijk. Hoe doe je dat dan als Achmea? Door het gesprek aan te gaan met de samenleving en ook te leren van die nieuwe initiatieven aan de basis. De Ledenraad heeft hierin de eerste stappen gezet.

We kunnen als Achmea kijken naar wat er lokaal en regionaal speelt op gebied van klimaat, voedsel, gezondheid, veiligheid en dergelijke. De kern is dat het gaat om het dragen van gemeenschappelijke risico’s in combinatie met individuele verantwoordelijkheid. Die risico’s zijn tegenwoordig niet zomaar af te schuiven op een bedrijf of overheid die zegt ‘Ik zorg wel voor jullie’. We zitten op een keerpunt in het denken daarover. Mensen willen aangesproken worden en meedenken over preventie.

Eigen verantwoordelijkheid en samen zoeken naar oplossingen hoort bij het coöperatieve gedachtegoed. Daar moet Vereniging Achmea op inhaken. Belangrijk is dat de Vereniging en het bedrijf steeds opnieuw een repertoire van activiteiten ontplooien dat past bij de behoeften van de leden en bij de mogelijkheden van deze tijd. Het coöperatie denken moet doorleefd worden, anders is het een dode letter.”