Coöperatief denken gaat nieuwe vlucht maken

“Het was niet zo dat ik de wereld wilde verbeteren, ik wilde andere dingen doen. Hoe meer anders, hoe beter.” Na ruim dertig jaar als manager bij Akzo Nobel te hebben gewerkt, ging Leo Kool met pensioen. Vanaf die tijd zet hij zich in voor non-profitorganisaties en is hij lid van de Ledenraad van Vereniging Achmea. Toch heeft Leo het bedrijfsleven niet helemaal achter zich gelaten. Zijn ervaring neemt hij mee in zijn werk voor stichtingen en verenigingen.

“Toen ik stopte met mijn werk voor Akzo Nobel ben ik bewust gaan kijken bij non-profitorganisaties. Ik wilde zaken ook eens van de andere kant bekijken. Want het is écht anders in de non-profitsector. In het bedrijfsleven zijn zaken vaak strakker geregeld en is er meer sprake van hiërarchie. Bij veel stichtingen worden beslissingen samen genomen, vervolgens getoetst en dan rustig weer bediscussieerd. Dat is wel eens lastig. Maar het heeft ook een positieve kant. Er zijn soms nieuwe inzichten en gevoelens om rekening mee te houden.”

“Wat in positieve zin opvalt is de enorme betrokkenheid bij de stichtingen, die is misschien wel groter dan ik bij grote bedrijven meemaakte. Maar het strakke van het bedrijfsleven miste ik wel hier en daar. Ik ben bij een paar stichtingen zaken anders gaan organiseren, met begrotingen, financiële ijkmomenten en modellen die helpen om te weten of je op koers bent. Soms werkt het en soms helemaal niet. Soms is het veel meer meegaan met de wind en op je gevoel reageren. Dat was heel erg leerzaam voor mij.”

Ophalen wat er leeft

“Ik vertegenwoordig de Verzekerdenraad van Zilveren Kruis in de Ledenraad van Achmea. Akzo had vroeger een eigen ziektekostenverzekering, het OZF. Dat is nu een van de labels van Achmea. Als personeelsman bij Akzo Nobel had ik te maken met OZF. Toen ik in de Verzekerdenraad kwam, werd ik gegrepen door het coöperatieve gedachtegoed. Het was de reden dat ik me aanmeldde voor de Ledenraad. Coöperaties zijn van onderop georganiseerd. Leden kijken wat ze zelf kunnen doen en wachten niet af wat de orders zijn. Dat ligt me wel. Het is een stokoud model, maar ik denk dat het een nieuwe vlucht gaat nemen.”

“Ook in de Ledenraad moeten we blijven beseffen dat Achmea ontstaan is uit een groepje boeren die beloofden elkaar te helpen als er bij een van hen iets ernstigs zou gebeuren. Achmea is zich aan het bezinnen hoe verder gebruik te maken van die coöperatieve achtergrond. Dat is niet makkelijk. We zijn de grootste vereniging van Nederland, hoe geef je al die leden inspraak? De Leden- en Verzekerdenraden ontwikkelen zich goed, maar we zijn er nog niet. Misschien kunnen we hun inzet versterken via een digitaal platform. Ophalen wat er leeft, daar kunnen we meer aan doen.”

Allemaal weer kleinschaliger

“Ik ben lid van de themawerkgroep Prettige Oude Dag. Laatst gingen we op werkbezoek in een verzorgingshuis. Daar leer je meer van dan van een vergadering. Je ziet wat er leeft. Hoe ingewikkeld de zorg is met al die verschillende potjes. Mensen gaan daarom weer zelf zorg en wonen regelen. Daarbij kom je vaak coöperaties tegen. Het wordt allemaal weer wat kleinschaliger. Misschien moet de verzekeraar daarom wel weer regionaliseren. Het is goed om daarover na te denken. Er ligt hier sowieso een rol voor de verzekeraar, er is behoefte aan regie.”

“Het is heel belangrijk dat wij als leden van de Ledenraad adviezen en prikkels kunnen geven aan Achmea. Dat we ook af en toe zeggen dat het anders kan. Het is heel leuk om wat meer op het grensvlak van theorie en praktijk mee te denken en mee te doen. Gedachtes die we ontwikkelen kunnen ook in de praktijk gebracht worden. Dat gebeurt met name via de themawerkgroepen, daar komen weer projecten binnen Achmea uit voort. Dat je ziet dat je impact hebt, dat is goed.”