We willen mensen tot hun recht laten komen

Rechten van slachtoffers zijn een rode draad in de loopbaan van Diederik Greive, hoofdofficier van het Parket Generaal van het Openbaar Ministerie. Toen hij werd gevraagd om bestuurslid van Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving (SASS) te worden, zei hij dan ook zonder aarzelen ja. “De raakvlakken tussen mijn werk bij het OM en SASS zijn zo duidelijk.” Diederik Greive over zijn drijfveren.

U heeft rechten gestudeerd. Wat wilde u ‘later worden’?

Ik wilde vroeger docent geschiedenis worden. Toch werd het een studie rechten, dat leek me praktischer. Het was niet uit liefde voor regels, ik heb niet zoveel met regels. Ik heb veel meer met ethiek, met normen en waarden en de spanning die ontstaat als mensen zich, soms door omstandigheden, niet aan de regels houden. Mijn interesse gaat uit naar menselijk gedrag.

Na mijn studie moest ik als dienstplichtige in militaire dienst. Terwijl ik door de bossen struinde, had ik de tijd om na te denken over wat ik wilde gaan doen. Ik had daar nog geen scherp beeld van. Heel toevallig zag ik in de krant een advertentie voor rechtelijk ambtenaar in opleiding, ik wist niet eens dat daar een opleiding voor was. Ik heb gereageerd en kwam in de selectieprocedure.

Toen viel het kwartje. Ik wilde geen rechter worden, maar officier van justitie. Als officier ben je verantwoordelijk voor opsporen en aanklagen. Je zit dichter op de maatschappelijke problemen dan een rechter, iets meer met de poten in de klei. Je staat in de voorste linies en bent met slachtoffers en nabestaanden in contact. Die dynamiek vond en vind ik geweldig.

Wat is voor u belangrijk in uw loopbaan?

Contact met slachtoffers is gedurende mijn hele loopbaan belangrijk gebleven. In de opleiding voerde ik mijn eerste slachtoffergesprek. Het was met twee zussen die slachtoffer waren van misbruik. Eén van de zussen zat tegenover mij, helemaal ineen gedoken, ze keek me niet aan. Ik kon het verdriet bijna vastpakken. Dat gesprek vergeet ik nooit meer. Ik dacht: Hoe ga ik dit als officier goed doen? Ik moet bij de feiten blijven en ook naar de slachtoffers kijken.

Rechten van slachtoffers zijn dus een rode draad in mijn loopbaan. Toen Jeroen Steenbrink stopte als landelijk portefeuillehouder slachtofferzorg, heb ik als oude rot de portefeuille een tijd in de lucht gehouden tot Michiel Zwinkels, een aanstormend talent, de portefeuille kon overnemen. Ik lever nog steeds bijdragen aan de portefeuille bij conferenties en in bijeenkomsten met slachtoffers. De portefeuille hebben we hernoemd tot slachtofferrechten, omdat we meer nadruk willen leggen op het uitoefenen van rechten door slachtoffers en minder op zorgen voor slachtoffers. Wij richten ons op goede en empathische communicatie, digitale innovatie en praktische schadevergoeding. Zodat mensen echt tot hun recht kunnen komen.

Waarom koos u voor het bestuurswerk bij SASS?

De raakvlakken tussen mijn werk bij het OM en SASS zijn zo duidelijk. Ook SASS wil slachtoffers activeren en hen tot hun recht laten komen. De werkwijze speelt heel erg in op de eigen verantwoordelijkheid en actiebereidheid van slachtoffers. Maar ook op die van wetenschappers en ondernemers die iets voor slachtoffers willen doen. SASS daagt hen uit: Kom maar met een voorstel, vertel het maar.

Participatie is altijd belangrijk in de projecten die SASS steunt. Er wordt niet gepraat over de hoofden van slachtoffers heen, maar gezocht naar dingen die voor hen goed werken. Zodat ze zelf in actie kunnen komen. Het sluit aan bij hoe we bij het OM naar slachtoffers kijken.

Wat wilt u bijdragen door uw werk als bestuurslid?

Ik wil allereerst mijn energie voor deze goeie zaak inzetten, voor mensen die in de knel zitten en tot hun recht willen komen. Daarnaast breng ik mijn kennis, ervaring en netwerk op het gebied van slachtoffers in. Verder: ik ben van de creatieve soort, ik ben op zoek naar hoe dingen anders kunnen, naar andere werkvormen en andere manier om zaken aan te pakken.

De pitchbijeenkomst voor projectvoorstellen voor slachtoffers van een ernstig verkeersongeval was zo’n nieuwe vorm. Er kwamen interessante mensen die een pitch hielden. Op basis daarvan beslisten we wie we gingen ondersteunen. Maar wat ik nog leuker vond, was wat er om de pitches heen gebeurde. Deelnemers gingen met elkaar in gesprek en gaven elkaar advies. Ze waren geïnteresseerd in elkaars werk en ideeën.

Het sluit aan bij wat SASS wil: niet alleen projecten financieel steunen, maar ook een platform zijn voor mensen die met ideeën rondlopen en misschien niet precies weten hoe ze het kunnen aanpakken. De meerwaarde van die middag was dat mensen daarover in gesprek raakten. Het is de meerwaarde van SASS als stichting. Daar maak ik graag tijd voor vrij.

Bekijk het filmverslag van de pitchbijeenkomst.

Vereniging Achmea verstrekt jaarlijks de financiële middelen aan Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving.