Af en toe moet je nog heel erg boos worden

“Alles wat je gedaan wilt krijgen voor groepen, begint bij het verhaal van het individu”, zegt Corinne Dettmeijer, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Ze was één van de begeleiders van de Survivors’ Survey, een onderzoek naar de ervaringen van slachtoffers van kinderpornografie. “Ik heb de laatste jaren kansen gekregen om veranderingen teweeg te brengen. Dat heb ik met overgave gedaan.”

Corinne Dettmeijer concludeerde jaren geleden al dat te weinig bekend is over de gevolgen van kinderporno en de behoeften van slachtoffers. De slachtoffers zijn namelijk niet alleen misbruikt, maar beelden daarvan circuleren mogelijk nog steeds online. “Dat voegt een extra component toe aan hun slachtofferschap”, aldus Dettmeijer. “Toen het Canadian Centre for Child Protection ons benaderde om mee te werken aan de Survivors’ Survey, zeiden we dan ook volmondig ja.”

Het onderzoek, dat financieel ondersteund werd door Stichting Achmea Slachtoffer & Samenleving (SASS), is inmiddels afgerond. Honderdvijftig slachtoffers uit verschillende landen hebben via internet de vragenlijst ingevuld. Bijna de helft van de deelnemers komt uit Nederland. Daarom is dit onderzoek ook bij uitstek voor Nederland relevant.

Persoonlijke drijfveer

“Cruciaal is dat we door het onderzoek een verandering kunnen gaan inzetten”, vervolgt Dettmeijer. “Want er is best veel bekend over hoe om te gaan met slachtoffers van seksueel misbruik, maar wat moeten we doen als de beelden op internet blijven circuleren? Slachtoffers blijven ermee zitten. Dat is ook ingewikkeld voor de hulpverleners. Dit onderzoek geeft een prachtige aanvulling op de kennis over wat slachtoffers nodig hebben.

Daarom schrijf ik nu een brief met aanbevelingen aan de minister van Volksgezondheid en aan de minister van Veiligheid en Justitie: onderzoek wat slachtoffers nodig hebben, zet webcrawlers in die de beelden op internet kunnen opsporen en geef erkenning op financieel gebied, als steun in de rug en zetje in de goede richting. Dat is belangrijk. En dat ik iets kan betekenen in het leven van individuele mensen, is mijn persoonlijke drijfveer.”

Helicopterview

Dettmeijer was niet van plan om zich met jeugdhulp bezig te houden, toen ze civiel recht ging studeren. “In 1980 begon ik als Officier van Justitie in Rotterdam, bij jeugdzaken. Wij hebben toen Bureau Halt opgericht, dat direct interventies doet als jongeren strafbare feiten plegen. Een spannende tijd. Later werd ik kinderrechter in Den Haag. Ik heb daar heel veel kinderen met problemen gezien. Toen ik later eens op een bijeenkomst was voor de Joke Smitprijs, pakte één van de winnaars me bij de arm en zei: ‘U was mijn kinderrechter. Ik was slachtoffer van een loverboy en u heeft mij uit huis geplaatst en voor een belangrijk deel mijn leven gered.’ Aangrijpend dat je echt iets betekend hebt.

In wat ik nu doe als Nationaal Rapporteur heb ik meer een helicopterview, meer afstand. Dat is ook nodig om dingen voor elkaar te krijgen. Tegelijkertijd realiseer ik me dat alles wat je gedaan wilt krijgen voor groepen, begint bij het verhaal van het individu. Het moet helder op je netvlies staan voor wie je doet. Af en toe moet je nog heel erg boos worden en vloeken, als je weer zo’n verhaal hoort.”

Meer continuïteit

Dit jaar nog zwaait Dettmeijer af als Nationaal Rapporteur. “Ik ben trots op het feit dat er meer continuïteit is in de aandacht voor seksueel geweld tegen kinderen en hoe we de preventie en signalering kunnen verbeteren. We kunnen meer doen om te voorkomen dat slachtoffers opnieuw slachtoffers worden. Want het grootste risico op seksueel misbruik is eerder seksueel misbruik. Dat we daar wat mee moeten is nu duidelijk. Ik ben blij dat ik dat bij mijn vertrek kan nalaten.”

Stichting Achmea Slachtoffer en Samenleving subsidieerde mede het onderzoek van de Nationaal Rapporteur. Het persbericht kunt u lezen op de website van SASS.  Vereniging Achmea verstrekt jaarlijks financiële middelen aan SASS.