Achmea moet er wat aan hebben, anders zijn we een praatclubje

De agenda van de thema-werkgroepen wordt goeddeels bepaald door de behoeftes van Achmea. En dat is belangrijk, vindt Manon Vanderkaa, directeur van seniorenorganisatie KBO-PCOB. “Achmea wil graag horen wat er leeft in de samenleving. Tegelijkertijd is het een bedrijf. We kunnen in alle vrijblijvendheid over van alles en nog wat filosoferen, maar dat vind ik niet zo waardevol. De thema-werkgroepen hebben waarde, omdat we de inzichten koppelen aan zaken waar Achmea marktkansen ziet.”

Manon Vanderkaa is directeur van de grootste seniorenorganisatie van Nederland. KBO-PCOB heeft ruim kwart miljoen leden en richt zich op drie pijlers: sociale activiteiten, individuele ondersteuning door vrijwilligers en collectieve belangenbehartiging.

“We hebben al jaren een collectief contract met Achmea, 50.000 leden zijn bij Zilveren Kruis verzekerd. Het is een intensieve relatie, we weten elkaar goed te vinden. Als er wat is op het terrein van zorgverzekeringen waardoor onze leden geraakt kunnen worden, dan is de drempel laag om bij Zilveren Kruis aan te kloppen. En omgekeerd wijst Zilveren Kruis ons op zaken die van belang zijn voor senioren. Ze kennen en snappen onze achterban.”

Creatiever denken

“In maart 2016 ben ik gevraagd in de Ledenraad van Vereniging Achmea te komen. Dat geeft mij een veel bredere blik op het bedrijf Achmea. Ik zie dat Achmea zorgt dat ze de markt heel goed kent en probeert zoveel mogelijk meerwaarde te leveren. We moeten goed blijven letten op de positie van de themawerkgroepen van de vereniging.

Zelf zit ik in de thema-werkgroep Prettige Oude Dag. Daar hebben we het gehad over de wenselijkheid om ouderen in staat te stellen een lening aan te gaan voor woningaanpassingen. Nu is het voor deze groep vaak moeilijk om een lening te krijgen van de bank, omdat het risicovol wordt gevonden om ouderen een lening te verstrekken. Aan de andere kant beschikken ze vaak over vermogen in de vorm van een huis. Je moet creatiever nadenken. Dat is wat we doen in de thema-werkgroep.”

Geluid van de achterban

“Een ander onderwerp van gesprek in onze groep is digitalisering. Ik snap dat Achmea daar kansen ziet om kosten te besparen. Maar we wijzen erop dat er 1,2 miljoen senioren zijn die niet op internet zitten. En dat dat probleem niet van voorbijgaande aard is. Niet iedereen die nu digitaal vaardig is, blijft dat tot op hoge leeftijd. Gezichtsvermogen of motoriek kunnen achteruit gaan. Bovendien kunnen zich ontwikkelingen voordoen, die niet iedereen zich meer kan eigen maken. Dan ontstaat toch weer een kloof.

Daarom bepleiten we dat er altijd ook een andere manier van communiceren is. Ik weet dat daar veel behoefte aan is. Ik wil ook mijn achterban vertegenwoordigen en dat meld ik dus. Met andere woorden, ik laat ook het geluid van mijn achterban klinken in de thema-werkgroep. Ik vertel wat de behoeften zijn van die groep. Gelukkig sluit dat vaak aan bij wat Achmea wil. ”

Productieve gedachtewisseling

“Het is dus een wisselwerking. Achmea geeft vanuit haar rol in de samenleving aan waar ze ons over wil horen. Die rol vormt op hoofdlijnen de agenda van de thema-werkgroepen. We buigen ons bij voorkeur over concrete vraagstukken, dat maakt de gedachtewisseling productief. Zo krijgen we een goed samenspel tussen de behoefte van verzekerden en de behoefte van Achmea. Achmea moet er wat aan hebben, aan zo’n thema-werkgroep. Anders is het een praatclubje.”